In de gemeenteraadsvergadering van 29 januari 2020 is een debat gevoerd over het onderzoek dat het college van B&W in de zomer van 2019 heeft ingesteld naar mogelijke financiële onregelmatigheden bij de Deventer Schouwburg. In dat onderzoek zijn vergaande stappen genomen om de onderste steen boven te krijgen. Gelukkig bleek eind 2019 dat de directeur-bestuurder of de Raad van Commissarissen geen verwijten zijn te maken. Er zijn geen financiële onregelmatigheden of onrechtmatigheden begaan. Wel was er sprake van onjuiste communicatie en aanhoudende meningsverschillen tussen de directeur-bestuurder en het managementteam. De fractie van GroenLinks heeft een kritische bijdrage geleverd aan het debat en vindt ook dat er zaken anders hadden moeten aangepakt. Het college heeft ook toegegeven dat sommige zaken anders hadden gekund. Het gaat echter een stap te ver om – zoals de oppositiepartijen hebben gedaan – de gehele gang van zaken af te keuren. Dat het onderzoek verstrekkend was kan immers alleen met de kennis van nu worden vastgesteld.  

 

Hieronder de bijdrage van GroenLinks aan het reflectiedebat op 29 januari 2020:  

“In de zomer van 2019 zijn de fractievoorzitters geïnformeerd over de genomen stappen met betrekking tot het onderzoek naar de schouwburg. Het is ons inziens terecht dat verontrustende signalen van medewerkers serieus zijn genomen. Het college heeft de fractievoorzitters en de raad vroegtijdig geïnformeerd en geheimhouding opgelegd. Een onderzoek met als doel waarheidsvinding was op dat moment een juiste keuze gelet op de op ernst van de situatie, zoals die op dat moment werd ingeschat.

Eind 2019 verscheen het Ebbenrapport. De conclusies staan op bladzijde 6 van het eindrapport: er was wel sprake van onjuiste communicatie door Schouwburg naar RvC en de gemeente en er was sprake van aanhoudende meningsverschillen tussen Bestuurder en het MT. Het was fijn om te lezen dat er geen sprake was van financiële onregelmatigheden of onrechtmatigheden.

De vraag is of je met de kennis (en conclusies) van nu had kunnen weten of dit onderzoek nodig was. Ja, volgens ons heeft het college heeft op goede gronden besloten om het onderzoek in gang te zetten. Met onafhankelijk onderzoek kon worden vastgesteld dat het probleem is teruggebracht communicatiefouten en verstoorde werkverhoudingen. 

De vraag is vervolgens of er van dit proces valt te leren. Aangezien wij er niet bij waren kunnen we daar moeilijk over oordelen. Wat we wel kunnen doen is die vraag stellen aan het college.

Specifiek richten onze vragen zich op het volgende: rolopvatting – wederhoor – omvang en kosten onderzoek en de bescherming van klokkenluiders

1. Rolopvatting
Medewerkers van de schouwburg zijn via de ambtenaren met de wethouder in gesprek geraakt. De gemeente is aandeelhouder en subsidieverstrekker maar geen werkgever, dat is de NV.  Welke afwegingen heeft het college gemaakt om de medewerkers niet door te verwijzen / terug te verwijzen  naar de RvC of de leidinggevende maar zelf de klacht in behandeling te nemen?

2. Wederhoor
In het verlengde hiervan: de RvC is kort na de klacht "op het matje" geroepen. Bij dat gesprek was onaankondigd de Gemeentesecretaris maar ook een advocaat van Pels Rijcken aanwezig met een advies over de positie van de bestuurder. Kan het college toelichten waarom deze route is gekozen en niet is gekozen om eerst een bijeenkomst zonder opschaling te laten plaatsvinden en eerst wederhoor toe te passen ?

 3.Omvang en kosten onderzoek

 Er is opdracht verstrekt aan Ebben met een duidelijke knip in het onderzoek ( Fase 1 en 2). De offerte zegt dat een dergelijk onderzoek zich moeilijk laat begroten en spreekt voor fase 1 van een raming van 12.500 euro. Opvallend is dat er geen maximum is genoemd en geen afspraak over meerwerk. Inmiddels is duidelijk dat de kosten van fase 1 ruim 30.000 euro zijn en fase twee   62.000 euro.
Is het gebruikelijk om opdrachten te verstrekken zonder duidelijk financieel kader en zonder bepalingen over meerwerk?
Was het terugkijkend niet beter geweest om tussen fase 1 en 2 een expliciet besluitmoment in te bouwen? 

Welke lessen leert het college uit deze opdrachtverstrekking?

4. Signalen van klokkenluiders
Uit het onderzoek blijkt dat het college in actie is gekomen naar aanleiding van signalen van het MT van de schouwburg. De gemeente had twee rollen : aandeelhouder en subsidieverstrekker maar beide rollen bevatten geen regels hoe moet worden omgegaan met medewerkers die "aan de bel trekken" of te wel klokkenluiders.
Hoe is destijds geoordeeld over de positie van deze "klokkenluiders"; immers zij vielen qua rechtsbescherming niet onder de klokkenluidersregeling van de gemeente en waren dus feitelijk niet beschermd.
Is het college bereid om na te gaan hoe dit in mogelijk toekomstige situaties beter geregeld kan worden?”

-Einde bijdrage-

Het college heeft op de vragen gereflecteerd. Wij hebben vastgesteld dat het college uit het debat op dit moment voldoende lessen voor de toekomst heeft getrokken.   

(De afbeelding is copyright van fotograaf Bart Ros)