lida zegel

Niet klagen maar vragen!

Als je opgroeit in een omgeving waarin de volgende zin “niet klagen maar dragen…” vaak wordt uitgesproken blijft dit hangen. Dit zijn ook de eerste regels van een gedicht van Nicolaas Beets, daar kwam ik onlangs achter. Ik dacht het een christelijke vers was doordat de volgende zin erin voor kwam: “… en God vragen om kracht” (gedicht). Dat dit een vrije vertaling was van het hele gedicht zie ik nu pas, nu ik mij erin ben gaan verdiepen.

Vroeger was alles anders, maar wat het ook beter. We leefden in een tijd waarin de wereld veel minder “groot” was zonder internet en alle andere media. Vroeger had je je lot maar te dragen en nu gaan we het op alle mogelijke manieren bestrijden. Voor heel veel zaken is dat ook een goede zaak, bijvoorbeeld als ik denk aan het bestrijden van ziekten.

Onderweg naar huis van een interview met  bestuurskunde studenten denk ik terug aan de vragen die zij mij eerder stelden. Wat ik van alles vond; van parkeren en vervoer tot demografische opbouw van de wijken. Zij hadden onder andere een wijk onderzocht en gingen zich ook voorbereiden op het naspelen van een raadsvergadering. In deze vergadering moeten zij moties gaan indienen om de wijk te verbeteren. Opmerkelijk vond ik de manier van vragen stellen. Ik bedacht me ineens dat dit ook is hoe we op dit moment in een soort van tussenfase zitten in ‘omgaan met elkaar’; zowel op bestuurlijk niveau als op bewoner niveau. Waar is het ‘oude’ vertrouwen gebleven? Het vertrouwen dat het bestuur/de gemeente het allemaal regelde. En de manier van leven volgens het ‘niet klagen maar dragen’? Zijn we onderweg naar een andere manier van samenleven? 

Wat ik nu vooral zie vanuit de bewoners:

We (bewoners) willen erover meepraten en jullie (bestuur) moeten het maar regelen. Als wij klagen is daar een reden voor en die moeten jullie maar oplossen, tenslotte hebben jullie het zelf ook zo ver laten komen. Wij vinden het belachelijk dat jullie zo veel geld uitgeven aan iets waar wij (hierbij ontstaat de verwarring tussen het algemeen en het individu) niet om gevraagd hebben. En als wij zo’n grote groep bij elkaar weten te krijgen (van handtekeningenactie en oproer in de sociale media tot demonstratie) moeten jullie wel doen wat wij zeggen. Zo krijg je altijd het geluid van de klagers te horen. Dat er ook mensen zijn die anders willen of vinden hoor je dan niet. Die kijken wel uit, straks krijgen zij die ongenuanceerde boosheid nog over zich heen. “Tegenstanders hebben altijd hardere stemmen dan medestanders”

En wat zie ik dan vanuit het bestuur:

Wij (bestuur) zijn democratisch gekozen en vertegenwoordigen jullie (bewoners). Wij doen ons best om naar iedereen te luisteren maar moeten het ook doen met de middelen die we hebben. Gemeenteraadslid zijn doen wij naast ons eigen gezinsleven en (fulltime) baan. Het geld is niet oneindig en daarnaast hebben we ons ook te houden aan regels en wetgeving. De regels voor de gemeente kunnen we soms beïnvloeden maar dan moet de gehele raad hiervoor wel durven zijn. Immers; de meeste stemmen gelden. We hebben veel overleg met veel mensen en dit is vaak toegankelijk voor iedereen. Kom vooral eens kijken en luisteren. 

Ook is daar de media. Kranten en websites, vele "waarheden" lopen door elkaar heen. Wat is nu "fake news" en wat is echt. Een krant moet bijvoorbeeld ook verkopen en heeft een bepaalde doelgroep die zij moet vermaken. Vaak gaat het mede daardoor om emotie en ontbreken helaas de verschillende invalshoeken en feiten.

Hoe zou ik het nu willen:

Volgens mij willen we allemaal hetzelfde. We benoemen de dingen misschien anders omdat we andere belangen of wensen hebben. Eigenlijk zouden we elkaar veel meer moeten vragen, zonder (voor)oordeel. Waarom is er gekozen voor dit besluit? Wat wil je bereiken in je omgeving? Hoe denk je dat het anders kan? Alleen als we zo met elkaar in gesprek gaan komen er samen achter wat onze drijfveren zijn. 

Ooit was er bij mij in de buurt veel criminaliteit, van allerlei illegale zaken tot schietincidenten aan toe. Als bewoners stonden we tegenover de ambtenaren die hiermee belast waren. Wij zagen dagelijks wat er allemaal gebeurde terwijl zij geen informatie kregen en niet zagen als ze langs kwamen. Dan kom je in een “welles-nietes” discussie terecht wat niemand verder helpt. Op het moment dat iemand durft te vragen “wat willen jullie eigenlijk” bleek dat zowel bewoners als ambtenaren wilden dat er rust zou zijn. We waren het er dus in ieder geval over eens dat er geen rust was. Vervolgens moet je wel verder durven praten en kijken. Wij hebben toen gekeken waar de onrust vandaan kwam en wat wij dachten dat de oorzaak was. Vervolgens konden de ambtenaren kijken met welke instrumenten zij dit konden vaststellen en wat hier op mogelijk zou kunnen zijn. Het hielp dat de politiek zich ook betrokken ging voelen. Zo konden we als bewoners met zowel ambtenaren als politici in gesprek. We keken hoe we een draai konden maken om de buurt weer leefbaar en vooral veiliger te maken. Dat deze processen niet van de ene op de ander dag veranderd kunnen worden is logisch. Door een open blik en een gesprek waarbij gelijkwaardigheid is kunnen onmogelijkheiden, mogelijkheiden worden!

Dit is mijn drijfveer geweest om de lokale politiek in te gaan. Mijn doel in een driehoek (bewoners, ambtenaren en politiek) het gesprek aangaan en samen kijken hoe je de beste mogelijke oplossing kunt bieden voor IEDEREEN! 

Ik kan het niet vaak genoeg zeggen: niet klagen, maar vragen!
Wie klaagt wordt gehoord en gezien, maar wie vraagt komt verder. 

Lees meer over deze thema's in ons verkiezingsprogramma in het bijzonder paragraaf 3.5 “een eerlijk en open Deventer”. Heb je vragen aan mij, ik sta hier zeker voor open.

Lida